woensdag 13 maart 2013

Remy

Hij durft niet meer naar het park, straks kent hij iedereen, dus bak ik bitterballen. Vroeger ging hij dagelijks naar het park. Dan glimlachte hij naar de mensen die hij daar elke dag passeerde, maar sinds hij er eentje is tegengekomen in de kroeg is alles anders.

Hij was al aan zijn 4e wijntje, rood, toen ze elkaar bij de bar zagen. Hij kwam van het toilet en wilde terug naar de vriendin met wie hij over vroeger praatte. Ze hadden net bitterballen besteld.

Toen hij hem zag, keek 'ie net te laat weg. Eigenlijk hadden ze elkaar het liefst genegeerd, maar in plaats daarvan klonk er: “Ja, ik ken jou wel. Van het park.” en toen: “Hé? Ja. Inderdaad. Met wandelen! Wat leuk. Kom je hier vaker?”. “Niet heel vaak”, was het antwoord, waarna ze spraken over de vogels, waar ze woonden en wat hun favoriete wandelroute was. Uiteindelijk voelde ze dat het gesprek beëindigd moest worden, maar niemand wist hoe, aangezien ze alle twee nét waren geweest.

“We kunnen wel een keertje samen gaan?” Ze schrokken er zelf van. Het was een voorstel te vroeg in de relatie. Er werd geen telefoon of viltje gepakt om nummers uit te wisselen. Dit moment moest in stilte passeren.

“Heb je Facebook?”. De stilte was blijkbaar erger dan Facebookvrienden worden. “Ja, hoe heet je? Dan zoek ik jou wel op.” Ze namen afscheid. Hij ging terug naar de vriendin die niet meer over vroeger wilde praten en at een lauwe bitterbal.

Sinds die ontmoeting hebben ze elkaar nooit meer gezien. Er is ook geen vriendschapsverzoek gekomen. Gelukkig, want die had hij moeten accepteren omdat het anders raar zou zijn wanneer ze elkaar tegenkwamen. Dus nu gaat hij niet meer naar het park. Bang om straks iedereen te kennen en altijd lauwe bitterballen te eten.

Foto:bellobergen.nl

vrijdag 8 maart 2013

Cous Cous

Ik dacht dat ze leuk kwam spelen, maar al snel lag ze dood op de grond. Dat vind ik jammer, want ik had heel graag met haar gespeeld. Haar mijn auto’s laten zien, mijn garage en het grote brandweerstation dat ik voor mijn 4e verjaardag kreeg, want ik ben al bijna 5. Maar ze wilde niet spelen, ze willen allemaal niet spelen, ze komen alleen maar kijken; “klik” en weg zijn ze, op naar de jaguars.

Mama waarschuwde nog dat ik voorzichtig moest zijn. ‘We leven nou eenmaal in een safaripark’, zegt ze altijd. Zij willen ons wel zien, maar ze willen niet echt weten wie we zijn. Of dat we goed kunnen kleuren of tekenen. Of dat we verlegen zijn of het liefst de hele dag spelen. 

Straks komt de sheriff en dan doe ik snel mijn ogen dicht. En dan droom ik dat ik later, misschien, een wild dier mag zijn.

Foto: Cathaven.com





















(Dit stukje is geïnspireerd op de leeuw (Cous Cous) die werd afgeschoten omdat hij een vrouw had gedood. De leeuw leefde in safaripark Cathaven in Amerika en de vrouw liep daar stage.)




donderdag 21 februari 2013

Olifantenerfenis

Toen Tante Khin overleed kregen we allemaal wat
Ik een speelbal, mijn broer het oude olievat
Mijn vader een drinkbak, mijn moeder het tuinmeubilair
En Tante Yin het porseleinen beeldje, zij hield wel van ordinair
Iedereen was blij met de erfenis van Tante Khin
Alleen de macht hing er nog een beetje tussenin
Het buurtcomité organiseerde meetings bij de eik
Ze kwamen er niet uit, dus begon het gezeik
Tante Yin wilde de baas zijn van ons allemaal
Niks bracht haar op andere gedachten, zelfs geen bilateraal
Geduw, getrap, getrek, geroddel en achterklap
De oorlog om macht was belangrijker dan verwantschap
Maar in Emmen daar houden ze niet van trammelant
Dus gaan er nu vier naar Duitsland
Wat een opluchting, we krijgen weer rust
En langzaam worden we er ons van bewust
Dat we straks wel kunnen vergeven
Maar vergeten, dat kunnen we ook niet heel even

Foto: De Gelderlander











zondag 17 februari 2013

Zondag ziet mensen

Kinderen fietsen met vriendjes en zusjes, honden lopen met honden, zonder baasjes, met baasjes, die meer op elkaar lijken dan te lijken te willen kijken naar Cesar ‘the dogwhisperer’, wie kent hem niet? Zij, blijkbaar. Mij kijken ze aan alsof in je eentje wandelen slechts is voorbehouden voor enge mannen in regenjassen.

Verderop loop ik een meisje voorbij, met benen die bijna bezwijken onder hun eigen gewicht en dat van haar. ‘Kratss-Kratss’ hoor ik bij het tegen elkaar wrijven van elke stap, als droge boomschors dat langs elkaar schuurt op een dagger-feest. Hardlopers gaan me voorbij in snelheiden die sneller gaan dan wanneer ik hetzelfde doe, maar niet op zondag. 

Bij het veldje ruik ik pijprokende mannen van in de 70. Zij wonen er al hun leven lang, daar aan het park, chique de friemel, ach welnee, een bescheiden optrekje, al decennia in de familie. Met labradors natuurlijk, Billie, zo heet er eentje, want dat is zo’n lekker gekke naam. Echt iets voor een hond, zo noem je je kind niet. Behalve dan de ouders van hun schoondochter, een ander slag mens. 

De reiger kijkt vanuit zijn nest naar de homo’s in bosjes, minder actief dan doordeweeks. Naast oma zitten thuislozen te genieten van hun wiet terwijl zij niet durft te vragen wat voor vreemde sigaretten ze roken, of ze wil ook een hijsje, dat ze daarom zo vragend kijkt. 

Ik loop verder langs zwangere vrouwen met mannen waarbij ik niet aan seks denk en vriendinnen die elkaar kennen van yoga. Toevallig elkaar tegengekomen, of gezellig afgesproken bij de ingang naast de tennisbaan. Ik zie een jongen in een trui met een muts op. Hij wordt gefotografeerd voor een hip blad met rauwe fotografie die alleen geschoten kan worden met peperdure camera’s. Dan roept er een meisje verontwaardigd: “Hey, die heeft geen jas aan!” en ze wijst naar de jongen. Tja, zo kun je het ook zien.

dinsdag 12 februari 2013

Swiss, guard

Foto: Maarten van Benthem

Dromend van ridders en kastelen
Beleef ik gevechten tussen goed en kwaad
Ik ben goed, ik ben de beste
Mijn zwaard is het machtigst van allemaal

Later als ik groot ben, ben ik stoer en machtig
Allemachtig krachtig 
Met beide benen stevig op de grond 
Net iets hoger dan de rest 
De wereld, gewichtig aan mijn voeten    Ik, de ridder

Nat dromend van borsten en billen
Beleef ik onschuldig gefriemel en stoere praat
Ik ben de stoerste, ik ben de coolste
Mijn zwaard is het stevigst van allemaal 

Later als ik groot ben, ben ik stoer en machtig
Allemachtig krachtig
Met beide benen stevig op de grond
Net iets hoger dan de rest
De wereld, open aan mijn voeten    Ik, de prins 

Dromend van veiligheid en gerechtigheid
Beleef ik commandotrainingen en koude douches
Ik ben de hardste, ik ben de sterkste 
Mijn zwaard is het scherpst van allemaal 

Later als ik groot ben, ben ik stoer en machtig
Allemachtig krachtig
Met beide benen stevig op de grond
Een beetje beter dan de rest
De wereld, die naar me luistert    Ik, de held

Al lang niet meer dromend over onbelangrijke zaken 
Beleef ik de wacht, de nacht en de morgen
Ik ben loyaal, de beste van mijn rang
Mijn zwaard is gehard voor ons allemaal 

Later als ik groot ben, geloof ik in sprookjes
In ridders en kastelen
Rondborstige prinsessen en minnaressen
Schijt aan de rest
De wereld, daar wil ik leven    Ik, de guard

Swiss, guard



maandag 4 februari 2013

Vrienden gebleven


Ik vraag me weleens af of hij mijn eerste liefde was of niet. Toen nog een ‘hij’, op mijn 13e, later werd het steeds meer een ‘zij’.

Ik had al eerder vriendjes gehad, maar die waren niet zo. Zo mysterieus en zo ervaren. Hij had de wijsheid in pacht en kende de wereld als zijn broekzak, dat zag je zo. Hij was één grote spanningsboog, de laatste opbouw naar een open einde, want juist die onbekende toekomst maakte hem zo onweerstaanbaar.

Toch was het geen liefde op het eerste gezicht, want daar kreeg ik de kans niet voor. Hij bepaalde gewoon dat ik van hem was. Daar, op dat moment, op die plek, werd ik van hem.

In het begin wist ik niet zo goed wat ik met hem moest doen. Op school zagen we elkaar vooral in de pauzes of na school bij het fietsenrek, maar al snel wisten mijn ouders van onze relatie, gingen we samen uit en kwam hij op het laatst zelfs thuis. Hoewel mijn ouders onze relatie nooit hebben goedgekeurd.

Naarmate we ouder werden begreep ik het standpunt van mijn ouders, toch was ik niet klaar om onze relatie te beëindigen. Ook al werd hij steeds bezitteriger en mocht ik nooit meer zonder hem de deur uit. 

Uiteindelijk was de relatie niet meer spannend te noemen en ik was minstens net zo ervaren geworden als hij. We waren op dat punt beland dat we meer vrienden waren, of eigenlijk, vriendinnen. Want hij maakte het altijd gezellig, zorgde dat ik me lekker kon ontspannen en dat ik altijd met hem kon praten, zeker als ik het moeilijk had. Een goede vriendschap is heel waardevol, maar het ging niet meer, niet zo, niet ook nog met zijn verstikkende bezitterigheid. Het ging me tegenstaan, hij ging mij tegenstaan.

 
Inmiddels zijn we anderhalf jaar uit elkaar en ik heb geen moment spijt gehad. We komen elkaar nog weleens tegen op feestjes enzo, dan hebben we het weer leuk samen. Ik denk ook dat ik nooit echt van hem af kom, zoals het misschien hoort bij een eerste liefde, maar onze relatie is goed zo: “Vrienden gebleven”. Peuk en ik.


Foto: beashealthliving.com

vrijdag 11 januari 2013

Sliprandjes anno 2013


Enkele jaren geleden was ‘ie zeer omstreden. Sommigen hielden ervan, anderen kotsten erop. Inmiddels is er vaak over geschreven, vaker over gesproken en nog veel vaker over gezwegen. De vrouwelijke variatie op de butt crack: de sliprand. Soms een kanten hipster die stiekem over de broekrand gluurt, vaak een string die niets tot de verbeelding overlaat en in een enkel geval een echte onderbroek met een kinderachtige print. 

De sliprand deed haar intrede toen de lage broeken hoog werden gewaardeerd. Ik had ze ook en vond het niet zo erg, dat je wel eens mijn sliprandje zag. Vond het zelfs een beetje sexy als dat gebeurde. Het was dan ook de tijd dat Britney Spears onder een sprinkler vertelde dat ze een slaaf was en Christina Aguilera een riem als rokje gebruikte. Ik wijs hen niet als schuldigen aan, maar ik had het niet van een vreemde.

Inmiddels is de lage broek uit en is er dus geen excuus meer voor een sliprandje. Toch blijft het, mede dankzij de herwaardering van de joggingbroek, een hardnekkig fenomeen dat weliswaar uit het straatbeeld verdwenen is, maar helaas niet meer van je netvlies is af te branden.

Zo zat ik laatst te wachten bij de huisarts en dat betekent: moeders met kinderen. In mijn geval van die trendy noncha (van nonchalant) moeders. Met leren jasjes en sneakers van Nike of New Balance. En kinderen in King Louis kleding met daaronder “gewoon een rompertje van de HEMA”. Van die moeders. Ze zijn vaak hun “babygewicht” al kwijt, of denken dat, en hebben vervolgens heel erg de behoefte om te bewijzen dat ze nog sexy zijn. Aan ons. Aan de onschuldige wachtende die nietsvermoedend opkijkt uit de folder “Anticonceptie” en oog in oog staat met een zwart-kanten-en-gaasachtige-porno-string. Ik weet dat het een string is, omdat ik zie dat het een string is. Hij gaat net naar binnen.

Ik wind me erover op en niet omdat ik er lekker op los aan het fantaseren sla. Vooropgesteld dat ik niet weet hoe het is om zwanger te zijn, te zijn geweest, te bevallen en je vent naast je te hebben terwijl je uitschreeuwt en uitscheurt, maar een sliprand die ik in je bilnaad zie verdwijnen gaat te ver! Het kan niet. Juist niet omdat je weer helemaal lekker in je vel zit. Heb respect voor jezelf en doe er een hemdje overheen. Gewoon, van de HEMA.

donderdag 13 september 2012

Ontrafelen

Ontrafelen is de hotpants van je oude spijkerbroek
Met zakken zichtbaar als de slappe ballen van je opa
spreekt niets meer tot de verbeelding

















(foto van denimtherapy.com)

BZN

De gember was de zoete inval
op de zuurgraad van mijn broodje
Geitenkaas is ook niet alles
als Panini op een kleverig servetje
Losse haren, blonde haren
zijn nergens te bekennen
Waarom is de vraag
die blijft hangen als honing
de meer gebruikelijke variant van gember

(Geïnspireerd door mijn broodje tijdens de lunch zonder Nicole)

woensdag 12 september 2012

Bewust onpartijdig

Partij voor Mens en Spirit. Wie? Partij voor de Dieren? Nee joh. Volgens de stem-, stom- en kieswijzers ben ik links. Heel links. Terwijl ik er toch standpunten op na houd die worden gezien als ‘rechts’. Standpunten als: werken voor je geld, niet profiteren, en voor niets gaat de zon op. Toch ben ik links.

Ik denk dat veel Nederlanders vinden dat er geen 1 partij is waarmee ze echt op 1 lijn zitten. Ik denk ook dat de wijzers vaak kort door de bocht gaan en meer een richting aanwijzen. Zo wijzen ze mij naar links, want ondanks mijn zogenaamd rechtse standpunten, vind ik een sociale, duurzame, groene en schone wereld erg belangrijk. Misschien wel belangrijker dan onze staatsschuld en het risico dat we straks een soort van derde wereld land zijn.

Natuurlijk weet ik wel dat als er geen geld is, milieu er niet meer toe doet, want dan moeten we overleven. Maar ik vind dat we allemaal; arm, rijk en ertussenin, bewuster mogen zijn van wat we doen. Kritischer op onszelf. Wakker worden, de slaap uit de ogen wrijven en de gordijnen openen. Waarom elke dag een kiloknaller als je twee keer per week echt kip kunt eten? Denk daar eens over na, en over de gevolgen van je beslissing.

“Voor niets gaat de zon op, dus doe je gordijnen open.” Dat zou mijn partijleus zijn.

woensdag 8 juni 2011

Wonen net samen

Samenwonen dat is best wel raar
vreemd, ontvreemd
gerust en onzeker tegelijk
Leuk ook wel, misschien
Nog niet
In een huis dat eerst zijn huis was
ben ik nu alleen thuis
vreemd, raar
ontvreemd, onzeker
Gerust, misschien
Nog niet
maar wel leuk
dat ik 'm straks weer zie

donderdag 3 maart 2011

woensdag 2 maart 2011

Lieve Rups

Op mijn 5e verjaardag kreeg ik een heuse duizendpoot. Uiteraard had het beest, turquoise met plastic ogen, regenboogsokken, witte gympen en een das, geen duizend poten, maar 20. Totaal. Maar voor mij had hij er 1000. Miljoenen! Miljarden! Miltriljardiedaduizendmiljoenen!

Ik noemde hem Rups en Rups werd mijn trouwste vriend. Niet mijn beste vriend en ook niet mijn liefste knuffeldier, want ik had altijd een ander die daar meer voor in aanmerking kwam. Vaak van die opvallende types die heel stoer waren en altijd om aandacht vroegen.

Rups niet. Rups was de enige knuffel die niet zeurde dat hij altijd op dezelfde plek lag. Hij vroeg niet om aandacht, was niet jaloers als ik een nieuwe knuffel kreeg, en altijd rustig en geduldig. Mijn rots in de branding in de spleet tussen de muur en mijn bed.



Soms vond ik hem wel zielig, altijd maar op de tocht te liggen. Maar hij vervulde zijn taak met trots en voelde zich verantwoordelijk mij in bed te behoeden van de kou die van onder mijn bed kwam. Daarnaast zorgde hij ook dat de monsters die daar huisden mij niet via de spleet konden opeten. Ik hoefde dan ook nooit mijn ouders te roepen om de monsters te verjagen. “Blijf maar lekker zitten”, dacht ik, “ik ben veilig.”

Vroeger praatten we zo’n 1 keer per week. Dan vroeg ik hem hoe het ging en of hij het niet te koud had. Vooral in de winter had hij het koud, maar daar zei hij nooit wat van. Dan aaide ik hem en gaf hem een dikke knuffel, waarna ik al snel mijn aandacht aan anderen gaf.

Maar zoals dat gaat wanneer je ouder wordt, we stopten met praten en ik gooide hem steeds vaker achteloos het bed uit. Omdat ik me voor hem schaamde; oud, vies en niet gekleed voor bezoek. Totdat ik gisteren weer eens goed naar hem keek. Met zijn trouwe afgesleten pupillen en opgenaaide glimlach die er wat losjes bij is gaan hangen. Hij is ook wat vermagerd, maar klagen doet hij nog steeds niet.



Er zijn heel wat knuffels gekomen en gegaan. Knuffels waarvan ik dacht dat onze vriendschap voor eeuwig was. Rups is mij altijd trouw gebleven. Als rots in de branding. Tussen muur en bed. Nog steeds niet mijn beste vriend of liefste knuffel. Maar nog altijd mijn beschermheer tegen al het kwaad van onder mijn bed.

donderdag 25 november 2010

Natte sneeuw

nat sneeuwt het buiten
glad
voor straks
glibberen we door de straten
gaten
ontwijken uitglijden
bats!
op je hoofd

maandag 22 november 2010

Popcorn, Zitzakken en Leuke filmpjes

En met leuke filmpjes bedoel ik gave documentaires. Tijdens de speciale IDFA middag afgelopen zondag in Escape, Amsterdam.

De middag was speciaal voor jongeren tussen de 15 en 25, en aangezien ik door kan als een meisje van 14, vroeg mijn bij CJP-werkende vriendin C. of ik mee wilde. Onder voorwaarde dat ik een stukkie schreef. Geen probleem. Daar zit ik op. Het stukje dat ik als geestschrijver achter mijn vriendin schreef, lees je hieronder, maar dat is niet waarom ik dit post. De documentaires zijn echt de moeite waard. Dus go check it out. IDFA, nog t/m 28 november.

Het beloofde een leuke middag te worden. Roze sfeerverlichting, Oslo Hilton (Girls Love DJ's) met lekkere plaatjes, popcorn om te snacken en zitzakken om te chillen.

Na een welkom van presentatrice Evelien Bosch (Coolpolitics) belandde we in de wereld van Craz-E. Een jonge muziekproducer die in “On my way”, gemaakt door Fana Richters en getoond vanaf YouTube, vertelt over zijn weg naar erkenning en bekendheid. Naderhand konden we vragen stellen en op de vraag hoe het voelt jezelf zo te zien, antwoordde hij: “Lekker gevoel”. Net als de documentaire.

De middag ging verder met Nederlands kampioen beatboxen Ibarra en zijn mix van o.a. dubstep, hardcore, bubbling, en zelfs Ginuwine's “Pony”. Een lekkere overgang naar de tweede documentaire.



De documentaire van Olivia Rochette en Gerard-Jan Claes: "Because we are visual”. Gemaakt met alleen maar filmpjes van YouTube. De jeugdjury vroeg hoeveel tijd het heeft gekost. Veel tijd. Maar niet voor niets. Bijzonder hoe zoveel filmpjes en beelden 1 verhaal begonnen te vertellen. Een verhaal van eenzame mensen. Interessant, maar ook misleidend. Want zijn mensen echt zo a-sociaal geworden door social media?

Daarover gingen we nog even doorpraten met o.a. Nine Ludwig (Hyves) en iemand van Habbo (naam vergeten). Hoewel het merendeel van de aanwezigen de zaal verliet voordat de gasten goed en wel op het podium verschenen, was het gesprek wel interessant. Het zette “Because we are visual” in ieder geval weer in het juiste perspectief: we zijn niet allemaal zo.

Wij hebben weer andere problemen. Luxe problemen. Alles is mogelijk, maar je moet er wel alles aan doen. En dat kan leiden tot een burnout voor je 30ste. Daar gaat de documentaire van Sarah Mathilda Domogala “All we ever wanted” over. Verschillende portretten van creatieven tussen de 25 en 35 over hun leven en ambities, en hoe zij daar eigenlijk heel gestrest door raken. Confronterend en herkenbaar. Wat we eraan kunnen doen, wil de maakster in een eventueel vervolg laten zien.

Na een korte pauze, want film kijken is best vermoeiend, sloten we af met een documentaire van Kaspar Astrup Schröder "My Playground" over Free running. Een gave documentaire vanuit een bijzonder gevonden benadering; architectuur.



Al met al een relaxte middag met gave documentaires die je vol inspiratie en nieuwe gespreksonderwerpen achterlaten. Lekker toch? Op de zondagmiddag. Weer eens wat anders dan als een gare gummiebeer bij je moeder op de bank een herhaling van Eigen Huis & Tuin kijken.

PS: My playground sloot af met de quote "You don't stop playing because you grow up. You grow up because you stop playing." En daar ben ik het helemaal mee eens. Allemaal naar IDFA! Echt doen, want er draaien nog meer goede docu's!

woensdag 27 oktober 2010

Natte kleuren

De bladeren
in de regen
waaiden nat
in kleuren
waaiden nat
in de regen
de bladeren
in kleuren

maandag 18 oktober 2010

Maaskutje

Van Sinterklaas wil ik dit jaar....

dinsdag 5 oktober 2010

Yum Yum

Check de poppen! Me like! :) En het filmpje is fantastisch!

Parallel Parking from Yum Yum London on Vimeo.



Check ook even de poppen! Me like! :)

vrijdag 10 september 2010

Coca Cola Zero rap

Mijn collega kwam met de nieuwe hit van Raymond. Bekend van zijn eerste hit "Witte chocolade".

Lief en integer zoals Raymond leek in zijn eerste video van Witte Chocolade, lijkt hij nu te zijn veranderd in een heuse stoere homeboy voor zijn soon-to-be-hitsong "Cola light". De song lijkt dan ook ontstaan te zijn door de beef tussen 7-up (of 7-down) en Cola light. Uiteraard kiest Raymond Cola light. Uit een fles of uit een blikje. De dagelijkse struggeling die wij allemaal kennen.

Maar volgens Raymond voel je bij de eerste slok meteen een prikje. En daar heeft hij wel gelijk in, eigenlijk. Hoewel ik gewone Coca Cola het lekkerst vind en als ik dan minder suiker van mezelf moet drinken, dan kies ik Cola Zero. Zo kwam ik dankzij een andere collega op een stukje uit de oude doos: "Light versus Zero". Mijn "ode" aan Zero. Toen dus al zijn tijd ver vooruit als reactie op Raymond's Cola light rap.

“Coca Cola introduceert deze maand een nieuwe cola variant zonder suiker in Nederland: Coca Cola Zero. De smaak van deze variant komt dichterbij de originele Coca Cola smaak dan de bekende Light, en richt zich specifiek op mannen. Want waar vrouwen zonder blikken of blozen Cola Light bestellen, kiezen mannen toch vaak voor reguliere cola, waarmee ze light-drankjes inmiddels een echt 'vrouwending' hebben gemaakt.”

Cocacola light was al een vrouwending, ga maar kijken op de website (www.cocacolalight.nl) daar ga je als zelfrespecterende (hetero – dat moet ik toegeven) man toch echt niet voor je plezier doorheen browsen. Dus is het een goede actie van Cocacola om het product op deze manier te innoveren. Want be honest, als je een man een cola light voor zichzelf hoort bestellen, begint er ergens in je hoofd een stemmetje “so gay, so gay!” te roepen.

De website van Coca Cola Zero is inderdaad erg mannelijk. Als ik de “light-website” met de “zero-website” vergelijk valt me, buiten de logische verschillen zoals het overwegend gebruik van zwart, geen onnodige andere kleuren en strakke lijnen, op dat de mate van interactiviteit en gebruik van de mogelijkheden op internet op de zero-website aanzienlijk groter is dan op de light-website.

Waar je op de light-website over het algemeen alleen maar informatie kan lezen en wijze van gadget naar de website van de International Fashion Week Amsterdam (ook niet geheel onbelangrijk moet ik toegeven) kan doorlinken, kan je op de zero-website filmpjes bekijken waar je moet raden in welk filmpje een acteur zit, je vrienden kan uitnodigen, je een smaaktest kan downloaden en waar ik het hardst om heb kunnen lachen is de man achter zijn bureau die je mateloos kan irriteren. Welcome into the world of men and let’s run his day!

Het is echt een hele leuke website, en zeker goed voor de lancering van een nieuw product. Al is het alleen maar omdat je lang op de website blijft hangen.
Wat ik me alleen afvraag is waarom wij vrouwen dan niet zo’n leuke website krijgen, en waarom coca cola light niet ook net zoals de echte coca cola hoeft te smaken! Houden wij dan echt alleen van mode?

dinsdag 27 juli 2010

Kopstukken en topmannen

Stukkoppen, mannentop, mannenstuk, kopman, topstuk, je kunt er best leuke combinaties van maken. Maar ik ben dan ook een taalsloerie. Eén zelfstandig naamwoord, want het zegt niks over wat voor sloerie ik ben.

Waar komt dat ineens vandaan? Nou, het viel me vandaag ineens op dat de woorden topman en kopstuk gebruikt worden voor mensen die de betekenis die het woord suggereert, niet waard zijn.

Zo denk je bij topman dat het een vent is die iets voorstelt, die heel wat is, en het klinkt sowieso alsof het ook een top gozer is.

Maar kijk eens naar ‘topman’ Tony Hayward, van BP. Olie overal, dieren gaan dood, natuur verwoest en het ecosysteem nog verder naar de verdoemenis. Hij betreurt de gebeurtenissen, maar verder kost het hem wel erg veel tijd. Zijn leven lijdt eronder, weet je. Dus het liefste rent hij weg van al zijn verantwoordelijkheden. Het is hem nog gelukt ook. Een paar slechte uitspraken en hij kan in oktober zijn spullen pakken en met 10 miljoen gaan rentenieren in een gebied waar BP nog niet heeft geboord.

Dan vandaag ook in het nieuws: Kopstuk Rode Khmer in beroep tegen vonnis. Kameraad Duch, het hoofd van de beruchte martelgevangenis Tuol Sleng in de tijd van de Rode Khmer in Cambodja, gaat in beroep tegen zijn veroordeling door het Cambodja-Tribunaal. (nu.nl). Het feit dat hij ertegen in beroep gaat en dat ook het woord ‘kameraad’ voor verwarring kan zorgen, laat ik even buiten beschouwing.

Het gaat over het woord ‘kopstuk’. Dat suggereert ook een “grote” betekenis. Iets van grote waarde. Als je het van een andere kant bekijkt, is daar misschien iets voor te zeggen, maar zo’n man verdient de titel toch niet? Niet als je luistert naar het woord en de woorden kop en stuk los van elkaar begrijpt. Kop, als in vooraan en stuk: een lekker ding of een stuk appeltaart.

Ik wil niets aan de taal doen en er zullen veel mensen zijn die dit niet eens opvalt of niets interesseert. Morgen ga ik ook weer door met mijn leven, maar vandaag stoorde ik me aan deze naamgeving. Het is misleidend. Misschien dat topman en kopstuk daarom één zelfstandig naamwoord zijn. Het zegt namelijk niks over de man of over het stuk. Of dat ze het überhaupt zijn. Net als taalsloerie dus. Ik ben namelijk helemaal geen sloerie.